Ik wil niet meer

Geschreven voor het epilepsiefonds

Ik wil niet meer. Het is de gedachte die een jaar geleden via mijn hoofd zijn weg probeerde te vinden naar mijn hart. En hij was er bijna gekomen.

Op 24 mei herbeleef ik de dag. Ik word misselijk en word terug gezogen naar de donkerste dag in mijn leven. De dag met gevoelens die ik niet in woorden kan verpakken.

Ik heb nooit concrete suïcidale gedachtes gehad. Gelukkig! Maar ik weet dat ik door een soort trauma-verwerkingsproces ben gegaan of rouwverwerking. Geef het een naam. Die stempel neemt niets af van het feit dat het een verdomd zware periode was. Die ik nog zwaarder maakte door dat masker van “het gaat goed” op te houden. Van binnen was ik nog maar een vleugje van de Anita die ik ooit was. Alle geliefden boden aan om ons te helpen. In allerlei varianten: koken, oppassen, praten, wandelen, berichtjes of bezoekjes. Ik zag de warmte van anderen, maar er zat een blokkade in de weg om dit ook te kunnen voelen. Niemand kon mij helpen om deze gedachtes om te zetten naar positieve gedachtes. Die zware weg diende ik zelf te bewandelen. Maar hoe, ik had geen idee. Ik weet niet eens of ik wel zocht naar een oplossing. Het interesseerde me allemaal niets meer. En dat het me niets interesseerde. Dat interesseerde me ook niet meer. Ik kon niet meer.

Hoe lang kan ik een masker ophouden? Een lange tijd ging ik door. Ik bezocht verjaardagen, kocht een leuk cadeau en proostte op het leven. Mensen zagen een Anita die prima kon praten over haar ziekte en verkondigde dat het heftig was, maar dat het naar omstandigheden goed ging. Een pathologisch leugenaar was ik. En eigenlijk was ik die pathologische leugenaar niet, want ik was ik niet meer. Ik begon zelf te geloven dat het goed met mij ging. Ik raakte ver verwijderd van mezelf. Waar was ik?

Ik was moe gestreden. Na een hel van een zwangerschap bleven de insulten komen in de periode na de bevalling. Ons zoontje was bij een moeder terecht gekomen die hem niet verdiende. Sorry ventje. Ergens diep van binnen klopte er nog een moederhart. Ik voelde een warm zacht vuurtje wat er altijd is geweest. Dit werd omgeven door een muur. Ik voelde het vuurtje, het vuurtje dat is altijd blijven branden door de geliefden om mij heen. En met die gedachte mag ik van mezelf instorten.
– “Aniet, kom je mee de hond uitlaten?”
“Nee Dirk, ik wil niet meer. Ik kan niet meer. Help me alsjeblieft!”
– “Ik weet het. Ik ben er voor je, kleine.”

En op dat moment stort ik op de grond en barst in tranen uit. De pijn is door mijn hele lijf te voelen. Ik voel me in tweeën gebroken. De rust is ver te zoeken. Maar het hoeft niet. Voorlopig moet ik even niets. Helemaal niets.

Op het moment van schrijven veeg ik mijn tranen weg. Ik staar naar alle letters op mijn beeldscherm. Ik bijt op mijn lip en ben bang. Ik voel de onmacht van de Anita in 2017. Nog steeds heb ik elke dag ergens een gedachte met betrekking tot epilepsie. Soms ben ik bang dat ik weer beland in die verschrikkelijke periode. Ik weet dat ik mijn eigen fijne Anita weer heb gevonden. Ik weet dat ik haar weer zal vinden als het slecht gaat. Alleen neemt die gedachte de angst niet altijd weg. En dat is oké, Anita.

© Mama in de val

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit:
search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close